INPP

Je moet leren kruipen voordat je kunt lopen en je moet kunnen lopen voordat je kunt springen. Zo is het eigenlijk met elke beweging. Je oefent eerst simpele bewegingen waarna je steeds complexere handelingen kunt verrichten. Dit proces begint al tijdens de zwangerschap. Tegelijk met de vorming van het lichaam ontwikkelt de lichaamsbeweging met behulp van primaire reflexen. Een reflex is een automatische reactie op een bepaalde prikkel. Het reflex waardoor we een foetushouding aannemen in de baarmoeder, zorgt er bijvoorbeeld voor dat ons lichaam meer ruimte heeft om te groeien.

Zo zijn er verschillende reflexen die van belang zijn voor een normale groei en ontwikkeling. Zo’n reflex zet zich op een gegeven moment om in een ‘volwassen’ reactie. Op dat moment is het reflex volgroeid. Maar het gaat niet altijd zo soepel. Door allerlei omstandigheden kan het voorkomen dat bepaalde reflexen niet of niet volledig volgroeid zijn. Dat wordt ook wel neuro ontwikkelingsvertraging (NOV) genoemd.

Als één of meer van deze reflexen verstoord is, probeert het lichaam dit te compenseren. Dat gaat ten koste van energie en bewegingservaring die we nodig hebben om te leren. Dit kan zich bij kinderen uiten in een gebrek aan concentratie, moeite met coördinatie, lees- en schrijfproblemen, ADD/ADHD en problemen met de verwerking van geluiden en/of beelden. Bij volwassenen uit dit compensatiegedrag zich ook wel in de vorm van angststoornissen, evenwichtsproblemen, paniekaanvallen en stress.

De INPP-methode of neuro-ontwikkelingstherapie is ontwikkeld om onvolgroeide reflexen op te sporen en onder controle te brengen.

Behandelingswijze

De INPP-methode bestaat uit een neuromotorisch onderzoek om onderontwikkelde reflexen op te speuren. Dit bestaat uit een reeks vragen en een aantal tests waarbij ik onder meer kijk naar de grove motoriek en balans, oogbeweging, ruimtelijk inzicht en de aan- en afwezigheid van reflexen.

 

Aan de hand van het neuromotorisch onderzoek stel ik een op maat gemaakt behandelplan op, dat je mee naar huis neemt. De onderontwikkelde reflexen worden namelijk middels specifieke bewegingsoefeningen onder controle gebracht. Deze oefeningen moeten gedurende een afgesproken periode elke dag uitgevoerd worden (dus thuis). Die herhaling is nodig omdat bewegingservaring opgedaan moet worden. Hoe lang en hoe vaak de oefening moet worden uitgevoerd blijkt tijdens de diagnose. Uiteraard doen we de oefeningen eerst een keer samen, zodat duidelijk is wat je moet doen.

Vaak toegepast bij:

  • Leer- of gedragsproblemen zoals:
    • Moeite met aandacht vasthouden;
    • Snel afgeleid, lijkt niet op te letten;
    • Lichamelijke onhandigheid; struikelt over eigen voeten, stoot vaak dingen om;
    • Moeite met leren zwemmen en/of fietsen;
    • Heeft weerstand bij sporten; kan geen koprol, moeite met bal vangen of schoppen;
    • (Dreigende) leerachterstand in rekenen en lezen;
    • Moeite met automatiseren van handelingen, zoals veters strikken;
    • Blijft op de vingers tellen en kent de tafeltjes niet (goed);
    • Heeft moeite met klokkijken (met wijzers);
    • Slordig en wisselend handschrift;
    • Schrijft of tekent ‘liggend’ op tafel;
    • Moeite met stilzitten;
    • Werktempo (op school) is niet hoog genoeg;
    • Schrikt (snel) en reageert nogal heftig; begint te huilen of wordt boos;
    • Gevoeligheid voor harde geluiden of fel licht
    • Regelmatig last van ontstekingen, zoals verkoudheid of oorontsteking
  • Allergieën
  • Astma
  • Eczeem
  • Faalangst